Twee punten
BS - Perspectief
BS - Perspectief
Nu je 1-punt perspectief kent, gaan we een stap verder: 2-punt perspectief.
Bij 2-punt perspectief gebruik je twee verdwijnpunten.
Bij 2-punt perspectief zie je een voorwerp schuin van voren.
De lijnen van het voorwerp lopen naar twee verschillende verdwijnpunten.
Daardoor krijg je een duidelijker gevoel van diepte en ruimte.
Trek eerst een horizonlijn.
Dit is een lange horizontale lijn.
De horizonlijn is de lijn waar lucht en grond elkaar lijken te raken.
Zet twee punten op de horizonlijn.
Het punt links noemen we het linker verdwijnpunt.
Het punt rechts noemen we het rechter verdwijnpunt.
De twee verdwijnpunten liggen meestal ver uit elkaar.
De lijnen die naar links weggaan, lopen naar het linker verdwijnpunt.
De lijnen die naar rechts weggaan, lopen naar het rechter verdwijnpunt.
Verticale lijnen blijven verticaal.
Nu ga je een doos tekenen.
Teken een verticale lijn.
Dit is de voorste hoek van de doos.
Trek vanuit de bovenkant en onderkant van de lijn twee lijnen naar het linker verdwijnpunt.
Trek daarna vanuit dezelfde punten twee lijnen naar het rechter verdwijnpunt.
Teken links en rechts een verticale lijn.
Deze lijnen vormen de zijkanten van de doos
Trek vanuit de twee nieuwe verticale lijnen opnieuw lijnen naar de tegenoverliggende verdwijnpunten.
Nu is de doos gesloten.
Als je alle onnodige perspectieflijnen weggomt blijf je over met je doos.
Probeer:
één boven de horizonlijn
één op de horizonlijn
één onder de horizonlijn
Zo zie je het verschil tussen:
bovenaanzicht
neutraal aanzicht
onderaanzicht
Objecten boven de horizonlijn teken je alsof je naar boven kijkt.
Je ziet dan de onderkant van het object.
Objecten onder de horizonlijn teken je alsof je naar beneden kijkt.
Je ziet dan de bovenkant van het object.
Objecten die op de horizonlijn staan teken je alsof ze op ooghoogte zijn.
Je ziet noch de bovenkant, noch de onderkant van het object.