Waterverf is een fascinerend en veelzijdig medium dat kunstenaars al eeuwenlang gebruiken. Het bijzondere aan waterverf is de transparantie en de manier waarop het licht door de lagen heen schijnt, wat een unieke helderheid en frisheid aan jouw schilderijen geeft. Waterverf schilderen vereist niet alleen technische vaardigheid, maar ook een goed begrip van de eigenschappen van water en pigment.
Vandaag ga je dieper in op de verschillende technieken en materialen die je kunt gebruiken om met waterverf te schilderen. Je bekijkt de eigenschappen van verschillende soorten papier en de invloed van water.
Daarnaast leer je hoe je kleuren kunt mengen en laag over laag kunt schilderen.
Door te experimenteren en te oefenen, zul je ontdekken hoe je met waterverf prachtige en expressieve kunstwerken kunt maken.
Papierkeuze:
Het is belangrijk om dikke papier te gebruiken. Gebuik daarvoor best 300 gram papier
Die 300 gram meten wij niet zelf. Dat heeft de fabriek al gedaan. Op de verpakking van het papier staat altijd hoeveel gram het is.”
Die ‘300 gram’ betekent dus eigenlijk: als je een hele grote stapel van dat papier zou nemen (een vierkante meter), dan weegt die 300 gram. Daarom noemen we het ook ‘300g/m²’. Maar voor ons betekent het gewoon: dit is dik en stevig papier.”
Gewoon papier is ongeveer 80 g/m² en is dus ook veel dunner
Je moet het dus niet zelf meten. Je herkent het aan de verpakking. Hoe hoger het getal, hoe dikker het papier.
Veel mensen denken dat waterverf moeilijk is omdat je niet makkelijk fouten kunt herstellen, zoals bij olieverf of acryl.
Met olieverf en acryl kun je namelijk altijd teruggaan en dingen veranderen als iets niet helemaal goed gelukt is.
Maar bij aquarel moet je meer nadenken voordat je begint. Stel je voor dat je begint met een laag gele verf, maar je bedenkt je en wilt eigenlijk groen gebruiken. Dan moet je helemaal opnieuw beginnen.
Dus goed nadenken voordat je start met schilderen is super belangrijk.
Lichter maken van je kleur.
Wat ook anders is bij waterverf, is hoe de verf zich gedraagt met water. In plaats van wit toe te voegen om een kleur lichter te maken, voeg je water toe om de kleur te verdunnen.
Dit is een belangrijk verschil om te begrijpen.
Voor je eerste oefening ga je deze eigenschap van waterverf ontdekken.
Bij olieverf is de kleur op je palet dezelfde als op je doek.
Bij waterverf zie je pas de echte kleur als je het op papier aanbrengt. Daarom ga je eerst oefenen met het veranderen van de verzadiging van de kleur.
Wat betekend dat je leert hoe je een kleur donkerder of lichter kunt maken door meer of minder water toe te voegen.
Daarom is het belangrijk om logisch na te denken terwijl je schildert:
Hoeveel water zit er in je penseel?
Hoeveel pigment gebruik je?
Welke kleur breng je eerst aan?
Deze oefening helpt je om dat beter te begrijpen.
Je leert hoe je de verzadiging van een kleur kunt controleren. Dat betekent dat je ontdekt:
hoe je een kleur heel sterk en intens maakt
en hoe je diezelfde kleur zacht en licht maakt
Door te oefenen ga je merken hoeveel controle je eigenlijk hebt over waterverf en dat maakt het juist zo’n interessant materiaal om mee te werken.
Benodigdheden:
-Schilderspapier (300gr)
-Waterverf
-Waterverfpenseel
De penselen die je gebruikt zijn ook belangrijk. Een penseel, gemaakt van eekhoornhaar, kan veel water vasthouden en is daarom ideaal voor aquarel.
De verf zelf. Grote merken zoals Schmincke, Winsor & Newton hebben zowel studie als professionele verf.
Het is prima om te beginnen met de studieverf zoals jij gaat doen, maar als je eenmaal de professionele verf probeert, zul je een groot verschil merken door de hogere concentratie pigmenten.
Dus, maak je klaar!
Pak je materiaal en ga ontdekken hoe je met aquarelverf kunt werken om prachtige resultaten te krijgen.
Je gaan eerst oefenen met één kleur en leren hoe je de verzadiging kunt beheersen.
Waterverfpenseel met reservoir
Deze worden de laatste jaren veel gebruikt wegens het gemak van altijd je water te kunnen bijvullen vanaf je penseel. Dit is ook makkelijk voor op locatie te gaan verven.
Voor we beginnen met schilderen, gaan we eerst plakband gebruiken om stukken van ons papier af te plakken. Die stukken blijven wit. Zo kunnen we later mooie, strakke lijnen en vormen krijgen.”
Waarom doen we dit?
Als je zomaar begint te schilderen, lopen kleuren soms uit en worden lijnen slordig. Met plakband help je jezelf om rechte en nette randen te maken.
Eerst nadenken
Je mag niet zomaar beginnen plakken. Denk eerst even na
Waar wil ik witte lijnen?
Wil ik rechte vakken maken?
Of eerder een patroon?
Hoe plak je het juist?
Plak het tape stevig aan, vooral aan de randen, zodat er geen verf onder kan kruipen.
Druk het goed aan met je vingers, vooral langs de rand. Zorg dat je tape mooi recht ligt. Neem je tijd, want dit bepaalt je resultaat.
Belangrijke tip voor later
“Als de verf droog is, trek je het plakband er voorzichtig af. Dan krijg je mooie witte lijnen.”
samenvatting
Plakband = hulpmiddel voor rechte lijnen.
Eerst denken, dan plakken, dan pas verven.
Stap 1:
Maak met papiertape een kader
Stap2:
Begin rechts van je blad en meet 10.5Cm uit vanboven en vanonder, trek hier nu een stukje tape
Stap3:
Plak nog twee verticale stukjes tape en probeer 3 gelijke rechthoeken te maken
Stap4:
Verdeel deze 3 rechthoeken in 2 zodat je 6 kleine rechthoeken hebt en 1 hele grote
Als je wilt dat je water goed over je blad gaat, kan je je blad schuin zetten, door hier een map of kaft onder te zetten.
Pigmenten zijn eigenlijk de kleurdeeltjes in verf. Dat zijn kleine stukjes kleur die in de verf zitten en die bepalen hoe fel of sterk een kleur is.
Je kan het vergelijken het met chocomelk:
Als je weinig cacaopoeder gebruikt, is de kleur licht en slap.
Als je veel gebruikt, wordt de kleur donker en sterk.”
Goedkopere (studie)verf heeft minder pigmenten. Dat betekent dat de kleuren vaak lichter zijn en je soms meer lagen nodig hebt.
Duurdere (professionele) verf heeft meer pigmenten. Daardoor zijn de kleuren feller, sterker en heb je minder verf nodig om een mooi resultaat te krijgen.
Samengevat:
Pigment = de kleur in de verf.
Meer pigment = sterkere, fellere kleur.
Voor deze eerste oefening ga je werken met één kleur.
Je gaat leren hoe je een vloeiende overgang maakt van donker naar licht.
Je neem hiervoor kolom 1
Belangrijke tips
Werk rustig en gecontroleerd
Kijk regelmatig naar je palet
Voeg kleine hoeveelheden water of pigment toe
Verwacht geen perfect resultaat van de eerste keer
Het belangrijkste is dat je leert hoe waterverf zich gedraagt.
Let op:
Niet heen en weer wrijven met je penseel,werk rustig en gecontroleerd. Laat het water het werk doen
In de eerste kolom begin je met de meest verzadigde kleur. Dat betekent: weinig water en veel pigment.
Van daaruit ga je stap voor stap meer water toevoegen aan je verf.
Bij elke penseelstreek wordt je kleur lichter, tot je uiteindelijk bijna het wit van het papier bereikt.
Probeer een vloeiende overgang te maken van boven naar beneden.
In het begin is het normaal dat dit nog niet perfect lukt:
misschien geraak je niet helemaal tot wit of misschien is je overgang niet overal even zacht
Dat is geen probleem. Je bent aan het leren hoe je controle krijgt over water en pigment.
Werk met één vloeiende penseelstreek per keer.
Raak met je volgende streek zachtjes de onderkant van de vorige aan.
Het water zal vanzelf naar beneden lopen en het pigment meenemen.
Zo verbinden je penseelstreken zich met elkaar.
Onderaan elke streek zal zich wat water verzamelen.
Dit is belangrijk, want dat zorgt ervoor dat je volgende streek mooi kan overlopen.
Daarom is het ook handig om je papier een beetje schuin te leggen, zodat het water naar beneden kan vloeien.
Als je klaar bent, kan je onderaan met een droger penseel overtollig water wegnemen.
Anders kan het water terug omhoog trekken in je papier.
In de tweede kolom doe je het omgekeerde.
Je begint met bijna alleen water (dus heel licht).
Daarna voeg je stap voor stap meer pigment toe.
Je werkt dus van licht naar donker, tot je onderaan de meest verzadigde kleur bereikt.
Deze oefening is iets moeilijker, omdat je beter moet plannen.
Je moet goed opletten hoeveel pigment je telkens toevoegt.
Als je plots te veel pigment gebruikt:
wordt je overgang te abrupt
of zit je donkerste kleur niet onderaan
Blijf dus steeds nadenken, je doel is om onderaan de donkerste kleur te krijgen.
In deze oefening ga je nog een stap verder.
Je gaat niet alleen een overgang maken van donker naar licht, maar ook terug naar donker.
Je werkt opnieuw met één kleur.
Opdracht
Je begint bovenaan met een donkere, verzadigde kleur.
Daarna maak je een vloeiende overgang naar bijna wit in het midden.
Vervolgens bouw je de kleur opnieuw op naar donker onderaan.
Je krijgt dus een verloop van:
donker → licht → donker
Hoe werk je?
Je start op dezelfde manier als in de vorige oefening, met veel pigment en weinig water.
Maar dit keer moet je sneller water toevoegen, omdat je al halverwege je blad bijna wit moet bereiken.
In het midden gebruik je bijna geen pigment meer.
Daarna begin je opnieuw pigment toe te voegen, zodat je onderaan terug een donkere kleur krijgt.
Waar moet je op letten?
In deze oefening moet je twee dingen tegelijk doen:
Nadenken (logica)
Hoeveel water moet je toevoegen om op tijd bij een lichte kleur te komen?
Kijken (observatie)
Komt je resultaat overeen met wat je verwachtte?
Zo niet, wat moet je aanpassen?
Door deze twee te combineren, krijg je steeds meer controle over je schilderij.
Belangrijk
Verwacht geen perfect resultaat.
Het doel is dat je leert hoe waterverf zich gedraagt.
Hoe beter je dit begrijpt, hoe sterker je schilderijen zullen worden.
Waarom doen we dit?
Deze oefeningen zijn een beetje zoals toonladders oefenen bij muziek.
Je traint je techniek en gevoel voor controle.
Door dit vaak te herhalen, krijg je meer vertrouwen.
En dat vertrouwen heb je nodig wanneer je aan een echt schilderij begint.