In strips, cartoons en illustraties zie je vaak klankwoorden.
Dit zijn woorden die een geluid nabootsen.
Zo’n woord noem je een onomatopee.
Voorbeelden:
BOEM : een explosie
PLOF : iets dat op de grond valt
BAM: een botsing
KLIK : een slot dat opengaat
Het woord laat je het geluid bijna horen, ook al kijk je alleen naar een tekening.
Wanneer je een klankwoord tekent, doe je eigenlijk iets unieks:
je probeert een geluid zichtbaar te maken.
Je kan het geluid niet echt laten horen, maar door de vorm van de letters kan de kijker toch voelen hoe het klinkt.
Daarom denken tekenaars eerst even na over het geluid.
Stel jezelf bijvoorbeeld deze vragen:
Is het geluid hard of zacht?
Is het hoog of laag?
Is het snel of traag?
Is het licht of zwaar?
Als je het geluid in je hoofd kan horen, kan je beter bedenken hoe het woord eruit moet zien.
De vorm van de letters helpt om het geluid duidelijk te maken.
Doffe of zware geluiden
Zware geluiden voelen vaak breed en sterk.
Je kan dat tonen met:
dikke letters
brede woorden
Voorbeelden:
BOEM – BOM – DOEF
Hoge geluiden voelen vaak scherp of puntig.
Je kan dat tekenen met:
scherpe hoeken
puntige vormen
dunne lijnen
Voorbeelden:
PIEP – KRASH – KRIK
Je kan ook met de plaats van het woord spelen.
Hoge klanken
teken je woord hoger op de pagina
letters mogen smaller of lichter zijn
Bijvoorbeeld: PIEP
Lage klanken
teken je woord lager op de pagina
letters mogen groter en zwaarder zijn
Bijvoorbeeld: BOEM
Zo voelt het geluid nog duidelijker.
Het geluid van een politiesirene is een geweldig onderwerp voor geluidseffecten die lijken aan te nemen en weer af te nemen, dus laten we dit eens bekijken!
Het geluid ven een Sirene klinkt een beetje zoals; "WEEEEOOOWEEEEOOO"
Maar als je nu de letters die hoog klinken omhoog plaatste en die lager klinken omlaag plaatst maak je in je hoofd al een beter geluids associatie
Ook maak je de letters die luider klinken watter groter als diegene die zachter klinken.
De grootte van de letters kan tonen hoe luid een geluid is.
Luide geluiden hebben grote letters en dikke lijnen.
Bijvoorbeeld:
BOOOOM
Zachte geluiden hebben kleinere letters en dunne lijnen.
Bijvoorbeeld:
tik of klik
Sommige geluiden voelen nat, zacht of vloeiend, zoals water.
Deze kan je tekenen met ronde vormen en golvende lijnen.
Probeer letters te maken die een beetje lijken te meebewegen
Voorbeelden:
PLONS – SPLASH – GLOEP
Je kan een klankwoord nog krachtiger maken door extra elementen toe te voegen.
Denk bijvoorbeeld aan:
letters die schuin staan (beweging)
explosievormen of sterren rond het woord
lijnen die naar buiten gaan
Zo wordt je klankwoord niet alleen een woord, maar ook een beeld van het geluid.
Een goede onomatopee:
past bij het geluid dat je wil tonen
gebruikt vorm, grootte en plaats van letters
laat de kijker het geluid bijna horen
maakt een tekening of strip sterker en duidelijker.